Open Ruimte

De oude man en God

Toen de oude man geboren werd, nam God hem in haar armen en wiegde hem liefdevol. Zij zong slaapliedjes voor hem als hij ’s nachts huilend wakker werd, voedde hem, verschoonde hem en was altijd rondom hem aanwezig.
Overdag legde ze hem in een kinderwagen zodat hij uren naar de wolkenloze hemel kon kijken.

Toen de oude man opgroeide, speelden hij en God samen diefje met verlos of voetbal of ze lagen samen op hun rug uren lang te kijken naar de wolkenloze hemel in een bed van korenbloemen.

Toen de oude man een puber werd, kregen ze hun eerste ruzie. God had het over ‘verantwoording’, maar de oude man wees dat resoluut van de hand.
God had het over ‘rekening houden met’, maar daar wilde de oude man niets mee te maken hebben.
De lucht was bewolkt, maar de oude man had sowieso geen tijd om te kijken.

Daarna, als jong volwassene, kwam de grote liefde.
Voor de oude man was er maar een en dat was God. En God was altijd rondom hem heen. Ze zeiden niet veel, ze wisten wat de ander dacht. Ze kenden de ander door en door.
’s Nachts lagen ze uren lang naar de sterren te kijken aan een wolkenloze hemel, in een korenbloemenbed.

Op een dag, de oude man was net de twintig gepasseerd, kwam God niet thuis.
De oude man maakte zich zorgen en ging op zoek naar haar. Onderweg zag hij een meisje, zo mooi. Hij keek naar haar en zij naar hem, en hij ging nooit meer naar huis terug.
De oude man en het meisje kregen kinderen.
Toen de kinderen het huis uit waren, werd het meisje ziek en stierf.

Dagen, jaren gingen voorbij.
Heel langzamerhand werd de oude man een oude man. En op een dag stond God voor de deur. Ze zeiden niets. Er waren geen vragen, geen verwijten.
Elke dag zaten ze voor het huisje, hand in hand en keken naar een wolkenloze hemel.

Toen de oude man stierf, nam God hem in haar armen, wiegde hem liefdevol en bracht hem thuis.



De maatslag van je hart
als alles zwijgt
en stilte spreekt
– eindelijk houdt het op: dat steeds maar doen alsof –
dan klinkt jouw stem
noem jij mijn naam
fris als een lenteregen, sprankelend als dauw
eindeloos, eindeloos
vul me met je woorden, liefste, eindeloos
met je adem
ik voel nog de maatslag van je hart

die naam van jou
'ik zal er zijn'
ben jij er ook als alles om mij heen verdwijnt?
als ik alleen
de kust verlaat
ben jij de oceaan die troostend mij omhelst?
ademloos, ademloos
draag me door de branding, liefste, ademloos
in je armen
ik leef op de maatslag van je hart