Open Ruimte

Over de dood

Een vrouw komt met haar pas overleden zoontje naar de Boeddha en legt het kind voor zijn voeten. 'Breng hem alstublieft weer tot leven, Heer', smeekt ze hem, 'Hij is alles wat ik heb'.
De Boeddha onderhandelt met haar. Als zij een mosterdzaadje weet te bemachtigen uit een huis waar nog nooit iemand gestorven is, dan zal hij het kind weer levend maken. De vrouw gaat, met haar levenloze kind in de armen, langs de deuren. Iedereen is graag bereid haar mosterdzaad te geven. Maar in elk huis is al er eens iemand gestorven.


De dood is een realiteit en hoort bij het leven, zoals de inademing bij de uitademing hoort. Wij allen zijn wel eens geconfronteerd met de dood. Misschien was het een bekende, een oom, een tante, opa of oma, je vader of moeder, je partner of je kind. Dan blijkt de dood toch altijd weer een onthutsende ervaring.

Toen ik een kind was paste de dood naadloos in mijn glanzend christelijk wereldbeeld. De dood was een deur waar je, als je oud was, doorheen moest. Maar wat er achter zat was - als je goed had geleefd uiteraard - hemels en dat hadden we aan Jezus te danken.

Toen mijn lievelingsoom overleed was dat weliswaar pijnlijk, maar mijn wereldbeeld was troostrijk.
Boven de sterren, daar zal het eens lichten en Er ruist langs de wolken...
Toen ik de woestijntocht van de pubertijd moest maken viel het vertrouwde wereldbeeld in honderdduizend stukjes uiteen. Maar op die lijdensweg die elke jongere moet gaan, was de dood een trooster en bondgenoot. Ik schreef gedichtjes vol verlangen naar de overkant. Met de dood zou het allemaal ophouden, dit lijden, deze narigheid. De dood toonde zich als een ware vriend.

Toen ik de pubertijd achter me liet en het beloofde land bereikte - met zijn ongekende mogelijkheden, geluk, liefde en voorspoed - bleek de dood een vijand te zijn geworden. De dood was de enige die me uit dat land van melk en honing kon verjagen. Ik meed daarom, als het even kon, plaatsen waar de dood aanwezig was: begraafplaatsen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen, huizen waar zojuist mensen waren overleden. Ik haatte de dood.

Toen mijn bejaarde bovenbuurvrouw in Amsterdam overleed, de strenge maar rechtvaardige overste van ons huizenblok, de rots in de branding van de grote stad met haar achterstandsbuurten, was ik volkomen van de kaart. De dood had me weten te vinden en me getroffen, daar waar ik meende dat alles eeuwig zou doorgaan.
Wie of wat zou hij nog meer van me afnemen? Een grote vermoeidheid overviel me. Een vermoeidheid die jaren aanhield en die gepaard ging met vlagen van grote angst en depressie.

In de diepste nood leerde ik ademen:
in – uit, in – uit...
Aandachtig probeerde ik daarbij tot tien te tellen.
in 1 – uit 2, in 3 – uit 4, in 5 – uit...
aandacht weg, weer opnieuw.
in 1 – uit 2, in 3 – uit 4 ... aandacht weg.

De tien heb ik nog steeds niet gehaald maar de vermoeidheid is wel verdwenen, de angsten zijn langzamerhand opgelost en ik heb vrede durven te sluiten met de dood.
En, o wonder, de dood is zo’n onderdeel van mezelf, dat ik besef dat ik zonder hem niet in staat zal zijn in aandacht te leven.

Bij het sterven van mijn vader heb ik me gerealiseerd hoe wreed op het eerste gezicht het leven zich soms voordoet. Maar als je dan met aandacht kijkt, blijkt het leven - en het lijden dat het leven met zich meedraagt - een groots leraar. Niet dat je staat te trappelen om zijn lessen te volgen, maar je hebt geen keus: het is breken of barsten.

Vandaag wil ik u oproepen om elkaar vaker dit soort verhalen te vertellen, over leven en dood. Uw eigen verhalen of die van anderen.
Ware verhalen dus.

Dat is voor mij ook een belangrijke boodschap van
Het gouden kompas (His Dark Materials). In deze indrukwekkende trilogie van Phillip Pullman verlaat op een bepaald moment een geest het dodenrijk door een opening die twee kinderen hebben gemaakt. Voordat deze geest één wordt met het universum, hoort een hoofdrolspeelster hem roepen:

Vertel hun verhalen.
Dat is wat we niet wisten. Al die tijd hebben we het nooit geweten, maar ze hebben de waarheid nodig. Die voedt hen. Je moet hun ware verhalen vertellen, dan is alles in orde, alles.
Vertel hun gewoon verhalen.