Open Ruimte

I believe!
Gedachten over een geloofsbelijdenis

Wat is een mens toch een raar wezen. Steeds opnieuw wil hij zijn onzekerheid over de toekomst met een formule bezweren. Door vast te leggen hoopt hij zijn onzekerheid te bedwingen, te vangen in regels tekst die op papier staan en voorgelezen of uit het hoofd geleerd kunnen worden.

Neem de weersverwachting. Wij weten dat wij het weer met een gewisse zekerheid 1 uur vooruit kunnen voorspellen. Wij weten best wel dat een dag vooruit al een onzekerheidsfactor van enige tientallen procenten geeft en dat een week vooruit puur gokken is. Hoewel wij dus weten dat wij niet de toekomst zullen kennen, zitten wij avond aan avond (ik wel in ieder geval) het orakel Krol of Hiemstra te beluisteren, of er misschien toch een vleugje zon tussen alle regenwolken zit, of juist een spatje regen tussen alle droogte.

Waar de onzekerheid groot is, denken wij de toekomst vast te kunnen leggen in bezweringen:
of de ijskappen smelten
of juist niet
en wat daar wel of niet de oorzaak van is,
of we met een arbeidstekort zullen kampen
of juist niet
en wat daar wel of niet de oorzaak van is,
eenmaal vastgelegd, is de formule waar en ben je voor of tegen. Er is geen ontkomen meer aan.

Dat is niet slechts een modernistische gril. Orakels en bezweringen zijn van alle eeuwen.
U kent waarschijnlijk wel de geloofsbelijdenis van Nicea:

Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.
Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader,
door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden. Hij werd voor ons ook gekruisigd, heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.
Hij is opgeklommen ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om levenden en doden te oordelen. Aan zijn rijk komt geen einde.

Ik geloof in de Heilige Geest, de Heer die levend maakt; die voortkomt uit de Vader [en de Zoon (lat.)];
die met de Vader en de Zoon samen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten.
Ik geloof in de éne, heilige, katholieke en apostolische kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden
en het toekomstig eeuwige leven. Amen.

Deze geloofsbelijdenis is door de eeuwen heen het uitgangspunt van de christelijke kerken geweest, ook na de reformatie en tot op de huidige dag is deze geloofsbelijdenis (naast de Apostolische) veel christenen net zo dierbaar als de Bijbel.

Wat voor gevoel bekruipt u als u deze geloofsbelijdenis leest?
Het zal u niet verwonderen dat ik mij enigszins ongemakkelijk voel bij deze woordenvloed. Ik zie wel wát de schrijvers van die tijd erg belangrijk vonden:

  • er is maar één God, dus ook maar één oorsprong
  • Jezus is Zoon van God, wel geboren (niet geschapen), maar toch al aanwezig vanaf het begin, dus net zo God, zoals God ook God is
  • Jezus kwam naar de aarde met een doel, namelijk: ons heil
  • Maria werd bevrucht door de Heilige Geest
  • Jezus is ondanks het bovenstaande mens geworden en in die hoedanigheid heeft hij geleden en is hij gestorven
  • Jezus is opgestaan precies zoals al was voorspeld in het Oude Testament
  • hij is weer naar de hemel ‘geklommen’, maar hij komt (ooit) ook weer terug en dan komt tevens het Rijk zonder einde
  • de Heilige Geest ‘maakt levend’, maar is geen aparte entiteit, want uit de vader (ergo uit de zoon), samen met Vader en Zoon wordt hij/zij aanbeden (er is namelijk maar één God), hij/zij is het die door de profeten spreekt
  • er is ook maar één unieke algemene kerk (dus niet twee, laat staan duizend of meer)
  • er is ook maar één doopsel voor de vergeving van zonden (of dat kinderdoop of volwassendoop is, besprenkeling of onderdompeling wordt in het midden gelaten)
  • wij geloven in één God en in Jezus en in de Heilige Geest en in één kerk (eigenlijk een vier-eenheid), wij belijden één doopsel, en wij verwachten de opstanding van de doden en dus een toekomstig (eeuwig) leven.

Nu kan een mens over deze tekst een heleboel dingen zeggen. Je kunt bijvoorbeeld uitleggen dat mensen in die tijd met verschillende ideeën zaten, dat er verschillende scheuringen dreigden en dat deze tekst als resultaat bijna een Godswonder was.
Maar we kunnen natuurlijk ook gewoon zeggen dat de tekst a) niet meer van deze tijd is en b) ook in de tijd dat hij geschreven is, volledig onzinnig was. Het is namelijk een zo duidelijk politiek geschrift, dat het er gewoon vanaf druipt. Elke ‘goedgelovige’ zou direct op zijn qui-vive moeten zijn: het gaat in deze tekst namelijk helemaal niet om het ervaren van God. Het gaat om een politiek compromis, dat misschien geschikt is om er (religieuze) politiek mee te bedrijven - wat ook gebeurd is - maar totaal ongeschikt om er een levend geloof mee op te zetten en vorm te geven.

Tja, daar zit je dan als brave vrijzinnige. Wij deden toch al niet echt mee met geloofsbelijdenissen. Maar je wilt toch ook wat. Je wilt toch ook je geloof belijden.
Of niet? Is het niet mogelijk om een vrijzinnige geloofsbelijdenis te formuleren?

Wat de eerste vraag betreft: ik vraag me af of ik mijn geloof wel wíl belijden.
Op de tweede vraag antwoord ik het liefst met een vergelijking.
Een geloofsbelijdenis is zoiets als: beschrijf de liefde voor je vrouw/man/vriend etc.
  1. Dat is nogal intiem, dat gaat iemand anders niets aan.
  2. Vandaag zou ik zeggen: een warm licht dat op mij schijnt; morgen misschien: een zachte avondbries; misschien heb ik overmorgen geen woorden.
  3. Wie moet ik eigenlijk wat bewijzen?

Het wordt dus moeilijk.
Ik zelf heb volgens mij elke dag een ander idee over God en geloven. Ik ben denk ik niet de enige. Het lijkt wel een typisch vrijzinnige gewoonte. En dan te bedenken dat geloof-belijden juist iets is voor samen: het is een afspraak die jou en anderen maakt tot onderdelen van het geheel. Als we samen de bezwering kunnen zeggen, horen we immers bij elkaar.

Is er dan helemaal geen hoop op een gezamenlijk vrijzinnig uitgangspunt? Ik wil wel wat proberen waar ik iets bij voel en dat ik samen met anderen zou kunnen opzeggen.

Probeersel 1

U kent waarschijnlijk die prachtige gospel:

I believe in Heaven.

De intro gaat als volgt:

I believe, I believe, I believe, I believe ...
en dan, na een korte adempauze: I believe in Heaven.

Als vrijzinnige geloofsbelijdenis kunnen voorstellen:

I believe, I believe, I believe!


Probeersel 2

Soms zal ik me meer aangetrokken voelen tot een boeddhistische Nicea-variant. Zoiets als:

Ik geloof niet… …in (één) God,
…in God de Vader,
…in God Jezus Christus,
…in God de Heilige Geest,
…in één Kerk,
… in één doopsel,
…in de opstanding van de doden.

Of positief geformuleerd:

Ik geloof in liefde die bevrijdt, vergeeft, los-laat: de ander en mij zelf.

Probeersel 3
In mijn boek De brandende braamstruik laat ik Boeddha een nieuwe naam voor God bedenken:

ik ben niet die ik ben.

Ik zou daar als variant weer op willen zeggen:

ik geloof niet wat ik geloof.


Probeersel 4

Een heel persoonlijke geloofsbelijdenis begint voor mij met:

Ik geloof in mezelf
alles wat ik nodig heb in dit leven is te vinden in mij zelf.
Ik geloof in de ander
alles wat ik nodig heb in dit leven is te vinden in de ander.
Ik geloof in de liefde
alles wat ik nodig heb in dit leven kan de liefde mij geven.
Ik geloof in samen
alles wat we nodig hebben in dit leven kunnen we vinden bij elkaar.
Ik geloof in opstaan als je bent gevallen in vergeving als je kwaad hebt gedaan.
Ik geloof in een leven hier-en-nu, met aandacht en ruimte voor elkaar geleefd.

Probeersel 5

Als ik ga zingen mondt deze heel persoonlijke geloofsbelijdenis bijna als vanzelf uit in een van mijn x-liedjes (zingen maakt een tekst sowieso minder strak!): X23

ik weet niet welke kracht ons brengt op deze plaats
ik weet niet welke kracht ons breekbaar leven draagt

meer dan een voorgevoel, maar niemand die haar ziet,
wij ondergaan haar als ons eigen levenslied.