god in het gekkenhuis

De wals en de mars


Op een dag zei de wals tegen de mars:
‘Lieve broer, er is iets wat ik je altijd al heb willen zeggen.’
De mars keek haar op zijn eigen vertrouwde manier bars aan en zei: ‘Zo, zus, laat dan maar eens horen.’
‘Luister broer, jij bent zo voorspelbaar 1-2-1-2-1-2-1-2, zo binair 0-1-0- 1-0-1. Maar ik word daar onrustig van en heb de neiging om te gaan hyperventileren. Jouw maat is de maat van de soldaten strak in een lijn, ogen dicht en mondje dicht, 1-2-1-2-1-2. Wat heb jij de mensen te bieden, lieve broer, dan alleen strakke voorspelbaarheid en tomeloze onrust.’

De mars aaide de wals kameraadschappelijk over haar hoofd en antwoordde: ‘Dus jij denkt dat mijn maat leidt tot verderf en jouw maat leidt dan zeker naar de hemel. Dat is nogal binair denken: 0 of 1. Wat heb jij als wals dan zo te bieden, lieve zus?’
‘O, dat is eenvoudig: de wals is de dans van de geliefden. De wals is de maat van het compromis: een voor jou, een voor mij en een om te delen, 1-2-3-, 1-2-3. De wals is zo licht en luchtig en vrij. Ik ben onvoorspelbaar, want naast jouw
ja en nee, bied ik een misschien.’
‘Ha, ha!,’ lachte de mars, ‘Lieve zus, mag ik je even bij de les houden?
Wel eens van een foxtrot gehoord? Wat denk je dat de meeste geliefden dansen? Niet een zwierige wals, maar een normale foxtrot of zelfs een polka. Misschien niet het toonbeeld van schoonheid en gratie, maar een dans die de mensen bij elkaar brengt. Hand in hand.
En denk eens aan de mensen die mediteren, ze ademen in- ze ademen uit – ze komen tot rust – ze glimlachen. Als dat niet het toonbeeld van een mars is... ’

De wals boog het hoofd:
‘Lieve broer, zo heb ik het nog nooit bekeken. Neem me niet kwalijk.’
De mars trok de wals dicht tegen zich aan en fluisterde in haar oor:
‘Ach lieve zus. Ik zal je een geheim vertellen: het is niet de maat die telt maar het tempo en de accenten. Kijk maar eens naar de ademhaling. in-uit-in-uit in het tempo van een soldatenmars leidt dat inderdaad tot hyperventilatie. Maar als ik in slow-motion ga, en nog langzamer, dan kom ik tot rust, dan glimlach ik, in.... uit..... Maar nu komt het allermooiste:
als ik die soldaten, waar jij het in het begin over had, ook vertraag, dan
marcheren ze niet meer, maar dan doen ze chi-qung of loopmeditatie. Dat wat betreft het tempo. Maar, laat ik niet de accenten vergeten. Hoe voelt: 1,2,3,4,1,2,3,4? Zelfs als ik dat vertraag overheerst een onrust. Maar verleg ik de accenten 1,2,3,4,1,2,3,4, dan voelt het alsof iemand zwierig over het ijs schaatst. Wees eerlijk, het voelt bijna als een wals.’

De wals knikte.
‘Je hebt gelijk broer. Ik was onbezonnen in wat ik zei. Het spijt me. Eigenlijk kun je veel meer dan ik. Want ik ben inderdaad niet zo geschikt voor ademhaling: er zijn er nu eenmaal maar twee:
in en uit.’

De mars knipoogde naar haar en lachte: ‘Verrassing! Als we jou gaan vertragen, kunnen we twee tellen op de inademing zetten en één tel op de uitademing. Probeer maar eens héél langzaam: een-en-twin-tig, twee-en- twin-tig in en drie-en-twin-tig uit. Nog een keer: 21,22 en 23. Als we zo in een langzaam tempo – in een driekwartsmaat – ademen, waar liggen dan de accenten, vraag je misschien? En nu komt de tweede verrassing: het accent ligt niet op de inademing, maar op de uitademing! De uitademing is eigenlijk één (door het accent) en de inademing moet het doen met twee en drie.’

De wals keek haar broer verbaasd aan:
‘Jij bent toch niet zo voorspelbaar als ik dacht, lieve broer.’
‘Ach,’ bloosde de mars, ‘Als je goed oplet schijnt jij door mij heen en ik schijn door jou heen. In elke twee zit een drie in elke drie een twee. Jij en ik zijn altijd... een!’

2.
jij schijnt door mij heen
jij en ik zijn altijd een
hier en nu heb jij mij nodig