god in het gekkenhuis

Mijn Vriendin (3)
wolk2
Op een dag kwam een vriendin langs die ik lang niet meer gesproken had. Het was een mooie en warme dag en we besloten een picknickmand klaar te maken en liepen gemoedelijk kletsend naar het park.
Het zal zo rond tien uur geweest zijn dat we daar aankwamen. We zochten een rustig plekje op, spreidden een groot doek op de grond en gingen behaaglijk zitten.
Mijn vriendin vertelde over wat er zoal in haar leven had plaatsgevonden, sinds de laatste keer dat we elkaar hadden gesproken. Toen zij sprak hielden de vogels op met herrie te maken en kwamen geïnteresseerd op de takken in de boom boven ons zitten. Ook de mensen om ons heen werden stiller en een paar schuifelden zo onopvallend mogelijk in onze richting.
Haar woorden tintelden in onze oren en wekten verlangens naar licht en vrede in ons op, toen zij sprak over geluk:

wat een geluk als je vol aandacht bent
het leven brengt alleen nog vrede
wat een geluk als je je opinies los kunt laten
je hebt geen last meer om te dragen
wat een geluk als je weet dat een ieder met elkaar is
nooit zal je meer alleen zijn
wat een geluk als je mee kunt huilen met hen die verdrietig zijn, mee kunt lachten met hen die blij zijn
ontferming is de deur naar het paradijs

We waren omgeven door andere mensen die, aangetrokken door de woorden van mijn vriendin, allen dichterbij waren gaan zitten. Ook een paar Marokkaanse jongens waren nieuwsgierig en drongen zich naar voren. Een paar mensen protesteerden en er klonk hier en daar een onvertogen woord. Maar mijn vriendin gaf de jongens een hand en bood ze een plek aan vlak bij haar.

geloof niet dat wat vreemd is wel gevaarlijk moet zijn
– wij zijn vreemden van onszelf
geloof niet in het verplaatsen van bergen
– bergen horen daar waar ze staan
geloof niet in een wonderbaarlijke vermenigvuldiging
– dat wat er is, is meer dan genoeg
geloof niet in het hiernamaals
- hier en nu heb je je handen vol
geloof niet in bevrijding van buitenaf
– je zult het zelf moeten doen

‘Het verhaal’, sprak ze, terwijl ze iedereen aandachtig aankeek, ‘het verhaal gaat verder. Denk niet dat er een moment in de tijd is dat een verhaal bevroren wordt voor altijd. Dergelijke verhalen brengen alleen het slechtste in mensen naar boven. Verhalen zijn vrij, net als jij. Verhalen leven, net als jij.’
Uit haar tas haalde ze een paar lege A4-tjes. Het zullen er een stuk of vijf zijn geweest. Ze begon ze uit te delen aan de mensen om ons heen: een groep inmiddels aangegroeid tot wel vijftig mensen. En het gekke was, iedereen kreeg een blad papier.
Ze hield een blad papier omhoog en zei: ‘Dit is het verhaal en zo gaat het verhaal verder. Het is jouw verhaal. Er is geen goed of kwaad, alleen jouw verhaal dat altijd verder gaat.’

Ze gaf me een hand en zei: ‘Laten we nog wat gaan lopen’.

Dus wandelde ik nog even samen met haar op. En toen was zij er niet meer. Precies zoals ik altijd al had gedacht.