god in het gekkenhuis

Inleiding

Iemand die het verhaal
god in het gekkenhuis had gelezen, zei tegen me: ‘dit soort verhalen kennen wij niet in de Katholieke kerk.’ Ik kon haar geruststellen, bij ons in de protestantse kerken kennen wij dit soort verhalen ook niet. Waar je ze wel zou kunnen vinden is in de Joodse traditie. Daar wordt de Eeuwige voortdurende bij de discussie en het leed van de mensen betrokken. Hij verliest veel discussies, hij huilt en hij gaat in ballingschap. Niets is de Onnoembare te menselijk. Dat levert je als lezer een andere bril op waardoor je naar de Bijbel en de verhalen daarin kijkt. Je wordt je bewust van het grote drama dat zich voortdurend in ons zelf afspeelt en van de grenzeloze zelfgekozen onmacht van de Almachtige.

In mijn verhalen zit God in het gekkenhuis, in het bejaardentehuis of speelt hij een gezellig kaartspel met Satan bij een goed glas wijn. Soms is hij een zij en is getrouwd met Lucifer, soms is zij een kind of een dier en is er juist onenigheid met Satan. God sterft voortdurend en openbaart zich in deze verhalen met een onnoemlijke liefde voor de schepping.
Het gaat in mijn verhalen vaak over scheppen en over waarom dingen zijn zoals ze zijn. Zo kreeg ik voortdurend nieuwe visies op de zondeval, de zondvloed, het offer van Abraham en meer van deze exegetisch beladen verhalen. Ik ervoer, al schrijvende, de enorme humor die je, als je je echt openstelt voor de verhalen, tegenkomt bij het ultieme verhaal dat God heet.


Genade is wat ik heb ondervonden bij het schrijven van deze 54 verhalen en de inmiddels
101 X-liedjes, waarvan een deel in deze bundel is opgenomen. Mogen ze hand in hand landen in de harten van al die mensen die zoeken naar de zin achter het zichtbare bestaan. Mogen ze de verrassing die ik heb ervaren opnieuw beleven en blij en gelukkig op weg (blijven) gaan.


Henk Harmsen



Voorwoord: Anne van der Meiden
Voorwoord: Eep Talstra