god in het gekkenhuis

Het vergeetmenietje


De haas

‘Zul je aan me denken?,’ riep het vergeetmenietje de haas achterna.
De haas stond een seconde stil, haalde zijn schouders op en rende verder.
Er zijn nu belangrijkere dingen, dacht de haas. Hij was naar het vergeetmenietje gegaan, omdat hij had gehoord dat het gras bij de buren groener was en wie kon beter weten dan het vergeetmenietje, met haar vele connecties, waar dat gras dan wel was en wie die buren überhaupt waren. Maar nu hij het wist, moest hij snel op pad. Niets of niemand kon hem meer afleiden.

Haas
door Rachèl Harmsen


De haas verdween en het blauwe bloempje zuchtte. ‘Jammer.’

34.
haast haast naar de verte
voert al mijn aandacht weg
zodat het pad daarheen
voor mij onzichtbaar blijft

haast al zoveel jaren
ren ik mezelf voorbij
een verte die ver blijft
een zoeker die niet vindt


De mier

Een mier kwam aarzelend dichterbij.
‘In mijn agenda staat dat ik me moet onderhouden met het vergeetmenietje.’

Het vergeetmenietje dacht even na. ‘Dat moet een fout zijn,’ zei ze toen, ‘Ik heb nog nooit met mieren gesproken. Mieren zijn altijd druk en hebben nooit tijd voor een praatje.’
‘Het kan geen fout zijn,’ klonk de mier beslist, ‘het systeem maakt nooit
een fout. Misschien vindt het systeem het hoog tijd om eens met jou te praten. Al zie ik inderdaad niet wat voor nut dat oplevert.’
‘Nou goed,’ zei het vergeetmenietje, ‘waar kom je vandaan, beste mier?’

Mier
door Rachèl Harmsen


‘Vandaan komen?,’ sprak de mier verwonderd, ‘Ik ben op weg. Ik ben altijd op weg. Ik kom waarschijnlijk van het systeem. Het systeem is mijn oorsprong en het zit diep in mij, in mijn lichaam, in al mijn bewegingen en in alles wat ik denk en doe.’

‘En wat heb je de laatste tijd zoal gedaan, beste mier?’
‘Gedaan? Ik ben druk doende. Het werk dat gedaan is, is niet meer van belang. Het systeem wist dat elke keer direct uit onze agenda’s. Wat heeft het voor nut te weten wat je gisteren gedaan hebt, als je nu bezig bent te doen? Waarom zou ik zo’n last uit het verleden meetorsen?’

‘Maar als je straks van mij weggaat,’ zei het blauwe bloemetje, ‘dan moet je toch verslag uitbrengen van dit gesprek, neem ik aan. Waarom staat het anders in je agenda?’

De mier verwonderde zich over de blauwe bloem en glimlachte. ‘Het systeem bepaalt het nut. Mijn nut is te doen wat het systeem van me vraagt. Straks komt er een nieuwe klus en dan wordt deze afspraak met jou weer gewist. Wat ik van jou gehoord hebt, hoort het systeem. Het systeem bepaalt het nut van dit gesprek.’

‘Dus,’ vroeg het vergeetmenietje, ‘over 5 minuten ben je mij waarschijnlijk weer vergeten?’
De mier knikte. ‘Heel waarschijnlijk.’
‘En je vergeet waarschijnlijk ook wat we allemaal besproken hebben?’

De mier knikte weer. ‘Heel waarschijnlijk.’

Toen de mier verdween, zuchtte het bloempje: ‘Jammer.’

35.
waar vandaan ik weet niet
ik kom, ik ben op weg,
ik heb geen doel dan doen
dat wat ik steeds zal doen

niet in het verleden
en ook de toekomst niet
maar nu in dit moment
het scherpste van de snee


Het bijtje

Bijtje
door Rachèl Harmsen

Het bijtje kwam om het bloempje te troosten.
‘Zoem, zoem. Lieveling van me, laat je hoofdje niet zo hangen.’
Het vergeetmenietje keek omhoog.
‘En jij bijtje,’ sprak het, ‘zul jij mij herinneren?’
‘Oh ja, mijn schat. Hoe zou ik jou kunnen vergeten...’
‘Vertel dan eens iets over mij.’ Het bloempje keek hem verlangend aan.
Haar gouden stuifmeelhart lichtte op.
‘Jij bent zo blauw als de oceaan,’ zong de bij, ‘Je hart is als de zon. Ik koester me aan je warmte.’
‘Ach jij rakker,’ glimlachte het vergeetmenietje, ‘dat zeg je toch tegen iedereen.’
‘Kan zijn,’ zoemde het bijtje, ‘maar daarom meen ik het niet minder.’
De bij verdween en het bloempje bloosde.

36.
warm ik me aan je hart
vergeet ik je dan nooit
moet ik weer gaan tot ziens
tot ooit maar weer misschien

waar ik ben ik denk steeds
aan jou je liefde blauw
je lippen zoet je mond
trek ik weer verder rond


De boodschapper

Iemand, het leek een mens, zat naast haar in het gras.
‘Dag bloempje blauw.’ Zijn fluistering wiegde haar als de avondwind.
Het vergeetmenietje rilde.

Boodschapper
door Rachèl. Harmsen

‘Voorzichtig hoor,’ antwoordde ze, ‘je bent zo groot, je zult me nog vertrappen.’
‘Wees niet bang,’ klonk de fluistering weer, ‘ik kom hier vaker en ik heb met heel wat bloempjes zoals jij gesproken.’
‘Ik ken je niet,’ zei het vergeetmenietje zacht.
‘Maar ik ken jou wel en de bloemen die hier voor jou stonden ook’

‘Vóór mij?,’ vroeg het blauwe bloempje, ‘Stonden hier voor mij ook vergeetmenietjes?’
‘Dat zullen je ouders en voorouders geweest zijn,’ lachte het wezen. ‘Mijn God, ik kom hier al zovele jaren. Zoveel jaren spreek ik iedere keer met een vergeetmenietje en iedere keer is het vergeten dat ik het ben. Geven jullie elkaar dan niets door?’
‘Wij vergeten niet,’ antwoordde het bloemetje fier.
Het wezen lachte licht.
‘Vertel dan eens wat over je moeder.’
‘Mijn moeder was de mooiste vergeet-me-niet die er ooit geweest is,’ dacht het bloemetje hardop. ‘Blauwer dan de oceaan, vraag het maar aan de bij.’
Het wezen sloot zijn ogen en droomde voor zich heen. ‘Ik ben een boodschapper van de allerhoogste,’ fluisterde hij toen.
‘Van het systeem?,’ raadde het bloempje.
‘Nee,’ lachte de boodschapper ‘het systeem is zwart en wit, het is ja of nee, rechts of links. De allerhoogste is een schakering van miljarden kleuren, zij is ontelbare mogelijkheden en alle richtingen. De allerhoogste heeft lief als de bij, werkt als de mier en is snel als de haas en brengt de goede boodschap.’
Het vergeetmenietje dacht na.
‘Wat is je boodschap, boodschapper?’
‘Liefde,’ straalde het wezen, ‘soms een vermaning, soms een woord van troost, maar meestal liefde.’
‘Liefde als van de bij?,’ droomde het bloempje zacht.
‘Liefde als van de bij en liefde als van het vergeetmenietje,’ wist het lichte wezen.

Toen vroeg het vergeetmenietje: ‘Zul je aan mij denken, boodschapper? Zul je de allerhoogste over mij vertellen?’
‘Ach bloempje blauw. Er is niets wat zij niet weet en niets wat zij zou kunnen vergeten.’

De boodschapper stond op en verdween.

Het vergeetmenietje dacht diep na.

37.
liefde is als weten
als niet verloren gaan
terwijl een afgrond dreigt
en water, water stijgt

liefde, niet-vergeten,
zingt onbeperkt en vrij
voorbij de vragen daagt
een stilte die al weet


De oude vrouw

Een oude vrouw liep langs de weg en bleef staan bij het vergeetmenietje dat nog steeds in gedachten verzonken was. Het bloempje merkte niet dat de vrouw zich naar haar toe boog.

‘Ach wat een mooi bloemetje,’ mompelde de oude vrouw en ze plukte het vergeetmenietje.

Uit haar jas haalde ze een boekje van zwart leer. Ze bladerde en zei: ‘Hier... Het gras verdort de bloem verwelkt...’ Voorzichtig legde de oude vrouw het bloemetje op de bladzij, streek de blaadjes zachtjes recht en sloot instemmend knikkend het boek.

Oude vrouw
door Rachèl Harmsen

De haas kwam nog diezelfde avond weer voorbij gerend. Hij zei tegen de mier: ‘Het gras schijnt hier toch groener te zijn. Maar wie zijn toch die buren?’