god in het gekkenhuis

Raaf en Muis

crow-2025900_640
door OpenClipart-Vectors

Raaf was heel oud en heel wijs. De dieren in het bos behandelden hem met gepaste eerbied en vrees. Alleen als de nood heel hoog was, wendde een dier zich tot Raaf om raad, maar meestal bleef men op enige afstand van de zwijgzame zwarte vogel.
Raaf wist nog hoe de aarde was ontstaan.
Hij had nog weet van de grote vloed, van zijn barre tocht over de wateren en van zijn besluit om niet terug te keren. ‘Niet terugkeren op je schreden: een leven zonder spijt,’ dat was zijn credo.
Op een dag werd Raaf in zijn overpeinzingen onderbroken door een zacht klagend geluid. Onder de boom waar Raaf zat, kroop een klein muisje angstig en bevend rond. Toen het diertje bemerkte dat de diepe zwarte ogen van Raaf op hem rustten, begon het nog meer te trillen.
‘Niet bang zijn, kleintje,’ sprak Raaf met een vriendelijke stem, ‘daar kan je spijt van krijgen en spijt is iets wat je ten enen male moet voorkomen.’
Het geluid van de zacht krassende stem ontspande het muisje, voor zover muisjes zich kunnen ontspannen natuurlijk.

mouse-145286_640

‘O goede Raaf,’ sprak het muisje.
Raaf onderbrak hem.’ Niemand is goed behalve Duif, die de aarde gemaakt heeft.’
Het muisje slikte: ‘O Raaf, u weet alles. Geen ding ontgaat u in deze wereld.’
Raaf knikte, dat was waar. Hij wist alles en niets ontging hem.
‘O Raaf, mijn kinderen vragen naar de zin van het leven. Wij worden geboren, zeggen ze tegen mij, doorstaan een leven vol angst en worden door een groter dier opgegeten. Geen muis is ooit van ouderdom gestorven. Wat moet ik ze antwoorden? Ze geloven niet meer in een leven van een voor allen en allen voor een. Ze erkennen niet meer de principes van het leven, dat de een de ander voedt en dat wij allen een zijn.’
‘De dood is een oude vriend van mij,’ mompelde Raaf. ‘De dieren zeggen dat de dood geen onderscheid maakt tussen groot en klein, tussen machtig en zwak. In de dood is iedereen gelijk.’
Het muisje knikte.
Raaf keek hem nog doordringender aan dan voorheen.
‘Dat is onzin, beste Muis,’ kraste hij, ‘De dood, mijn oude vriend, is niet rechtvaardig. Ja, uiteindelijk gaan we allen dood, maar jouw kleine muisjes hebben gelijk: muisjes worden niet oud. Machtige dieren leven
langer, zwakke dieren gaan eerder dood.’
Muis dacht na. ‘Dus mijn kinderen hebben gelijk? Maar wat kunnen we doen. Hoe kunnen wij dan overleven? Wij behoren nu eenmaal tot de zwakke dieren.’
Raaf knikte: ’De waarheid maakt vrij, beste Muis, en je bent al een eind op weg. Nu komt het er op aan om niet terug te keren. Je weet wel: een leven zonder spijt.’
‘We zouden ons kunnen verdedigen,’ dacht Muis hardop, ‘met doorns en distels. Daarmee kunnen we menig dier op afstand houden. We zouden ons kunnen verzamelen: een groot muizenleger. Er zouden misschien tien, zeg honderd muizen gedood kunnen worden, maar wie houdt stand tegen de overmacht die wij op de been kunnen brengen?’
‘Ga door,’ kraste Raaf goedkeurend.
‘Om te voorkomen dat de grote roofdieren ons zouden kunnen overwinnen, kunnen we ze doden als ze nog klein zijn. We zouden speciale eenheden kunnen opleiden. En dan de mensen...’
Muis stopte even om op adem te komen en Raaf keek hem uitnodigend aan.
‘De mensen zullen we vergiftigen zoals zij ons al eeuwen lang vergiftigen. We zullen hun voedsel besmeuren en hun watervoorraden verontreinigen. Dood en verderf zal hen overvallen en uiteindelijk zullen wij muizen de wereld overheersen. Uiteindelijk zullen alleen wij muizen nog rondlopen op de aarde.’
Raaf knikte en zijn stem klonk vol ontzag toen hij sprak: ’Jij bent de muis, waarover sinds het begin van de schepping gesproken is. De muis die je medemuizen zal verlossen van de eeuwige tirannie die door de natuurwetten van Duif in werking zijn gezet. De waarheid heeft je vrijgemaakt, o grote Muis.’
Het duizelde Muis even en toen sprak hij: ‘O Raaf, hoe kan ik je danken?’
‘Dat zal niet moeilijk zijn,’ sprak deze. Hij spreidde zijn vleugels, vloog naar Muis en vrat hem in één hap op.